Nooit niets
Friday, August 29th, 2008
Ik kom wel eens in een café.
Het café zit vrij onopvallend.
Zodoende is er meestal weinig klandizie.
Achter de bar staat ene Piet.
Piet moet al ver in de zeventig zijn.
En kijkt vrijwel altijd beteuterd.
Ik heb hem nog nooit zien lachen.
Hij draagt een bril met donker montuur.
Zijn glassterkte zou min zeven kunnen zijn.
Hij heeft er kleine ogen door.
Piet houdt niet van gedoe.
Daarom past hij er perfect.
Er gebeurt namelijk nooit wat.
Dat zou trouwens de sfeer alleen maar schaden.
Ik kom graag in dat café.
Als ik de drukte even wil ontlopen.
Als ik me even niet wil verantwoorden.
Als ik even niet van betekenis wil zijn.
Piet vraagt ook nooit niets.
Hij vraagt niet naar je naam.
Maar ook niet naar wat je wilt drinken.
Je wijst alleen naar de tap.
Dan weet hij genoeg.
Hij weet dat je dorst heb.
Meer hoeft hij ook niet te weten.
En dat wil hij ook niet.
Hij moet de sores van een ander niet.
Het schuim op het bier is vaak maar een vinger.
Maar je begint er maar niet over.
Waarom zou je ook.
Je komt er om je dorst te lessen.
Niet om er moeilijk te doen.
Tegen het einde van de middag wordt het vaak iets drukker.
Dan zit de dienst van Piet erop.
Vaak gaat hij dan zelf aan de bar zitten.
En neemt hij er nog een.
Zijn vervanger is lang en mager.
Eveneens brildragend maar ditmaal met plus glazen.
Waardoor die enigszins verbaast lijkt te kijken.
Sinds kort is hij de nieuwe uitbater.
En iets gemotiveerder.
Iets.
Want hij houdt het ook meestal kort.
Hij zegt niet meer dan nodig.
Nog wel zet hij nootjes op de bar.
Dan drinken ze meer.
Ook gaat de muziek aan.
Een verzamel cd’tje.
Zonder pretenties.
Om beurten bestellen de klanten wat.
Soms maakt er iemand een grap.
Een woordgrap vaak.
Maar dan houd het ook op.
Er word dan nog wel gelachen.
Of althans een poging daartoe.
Het is vaak meer een zucht.
Een zucht van verlichting.
En als ze uitgelachen zijn slaat de stilte weer toe.
Als een moker.