Lijnentrekker
Ik was ooit lijnentrekker.
Ik weet niet of je weet wat dat is?
Ik wist het ook niet.
Het was een baantje via via.
Op een tennisbaan.
Op een zaterdagochtend zeven uur moest ik me melden.
Bij ene Mandy.
Zij deed de kantine.
En ik zal dan de banen doen.
Dat was de deal.
Dat had ik telefonisch zo afgesproken.
Geen idee wie ik aan de lijn had gehad.
Die zal later op de dag nog komen, zei die.
Mandy legde mij het een en ander uit.
Over de tennisclub.
De mensen.
En de gokkast in de kantine.
Waar ze zelf vrijwel direct na mijn inwerk vijf minuten achter ging zitten.
Ik moest eerst even saté rijgen had ze gezegd, alvorens ik de baan op kon.
Vijf kilo ijskoud vlees lag nu voor mijn neus.
Ik had nog nooit saté geregen.
En er werd niet bij verteld hoe of wat.
Ik was toch lijnentrekker?
Nu was ik opeens satérijger.
Ik had het gevoel dat er iets niet klopte maar ik was onmachtig om er wat van te zeggen.
Ik was groen als gras en Mandy door de wol geverfd.
Zij zat daar maar achter die gokkast.
Af en toe schonk ze een bak koffie in voor een verdwaalde tennisser.
En ik maar rijgen.
Mijn vingers waren er inmiddels bijna afgevroren.
Wanneer had ik pauze?
Wanneer zal die vent komen?
Hij klonk wel vriendelijk aan de telefoon.
Er schoten allerlei vluchtpogingen door mijn hoofd.
Maar wat zullen mijn ouders zeggen?
Ik moest volhouden.
Spoedig zou ik een volleerd lijnentrekker zijn.
Na een paar uur kwam de baas binnen.
Hij gaf Mandy een kus en riep vervolgens iets naar mij.
Iets in de trend van hé, daar zullen we hem hebben!
De lijnentrekker.
Hij kwam even bij me in het keukentje staan.
Hij vroeg of het goed ging en gaf me constant aanwijzingen hoe ik beter saté kon rijgen.
De stukjes vlees waren te groot.
Als het even kon wou die er ook nog wat aan verdienen, zei die.
Hij kleineerde me.
Alle vriendelijkheid was verdwenen.
Hou er maar mee op zei die na een poosje.
Dat wordt niks.
Ik moest mee naar de tennisbaan.
In mijn handen kreeg ik een soort van bezem en een stoffertje.
Kijk, zei die, die witte lijnen zitten onder het graffel, dus dan kunnen ze niet zien of die bal uit is.
En jij moet zorgen dat de witte lijnen weer zichtbaar worden.
Snap je?
Ja, dat snapte ik wel.
Ik kreeg er een zeker gevoel door.
Mijn zelfrespect kwam weer terug.
De baas liet mij even begaan en zag dat het goed ging.
Hij verdween weer terug naar de kantine.
Daar stond ik dan.
Met mijn bezem en mijn stoffertje.
Ik maakte de lijnen zichtbaar.
Ik voelde zelfs een zekere trots.
Ik kon iets.
Terwijl ik even daarvoor nog geen stukje vlees aan een stokje kon rijgen.
Maar nu was het dan zover.
Ik was lijnentrekker.
En de wereld lag aan mijn voeten.
Gepost: July 8th, 2010 in Werkzaam.
Opmerkingen: none